Onder de rode druiven van Centraal-Europa is blaufränkisch de serieuze: donker en kruidig, met zoveel frisheid dat critici hem 'de pinot noir van het oosten' noemen. Zijn thuisbasis bij uitstek is het Burgenland, in de warme zuidoostelijke hoek van Oostenrijk. Daar geldt Weingut Kerschbaum uit Horitschon al tientallen jaren als hét ijkpunt voor blaufränkisch. Van de sappige instap tot de geconcentreerde Ried Hochäcker: rode wijnen met de structuur van een Bourgogne en het donkere fruit van de Pannonische vlakte.
Hoe smaakt blaufränkisch?
U proeft zwarte kers, bosbes en braam, peperige kruiden en een zuurgraad die opvallend fris en haast mineraal is. De body is middelzwaar, de tannine stevig en toch fijn. Wijnen uit benoemde rieden en van oude stokken worden na vijf tot tien jaar rijping fluweliger en complexer, met tonen van kruidnagel, ceder en donkere chocolade.
Wat schenkt u erbij?
De donkere kruidigheid is geboren voor de herfstkeuken: wild en wildzwijn voorop. Goulash en blaufränkisch komen uit dezelfde Pannonische keuken, en bergkaas deelt met de gerijpte wijnen kracht én frisheid.
Waar lijkt blaufränkisch op?
Stelt u zich een kruising voor tussen de frisheid van pinot noir, het donkere fruit van syrah en de kruidigheid van Noord-Italiaans rood.
Waar staat 'Ried' voor op het etiket van een Oostenrijkse wijn?
De officiële aanduiding voor een benoemde wijngaard, het Oostenrijkse equivalent van een Franse cru.