Verdejo is de identiteit van Rueda, een hooggelegen wijngebied op de Castiliaanse hoogvlakte. Grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, soms twintig graden, houden de zuren hoog en de aroma's intens. De druif werd in de jaren zeventig gered doordat de laatste oude, prefylloxera stokken werden geselecteerd en het oorspronkelijke klonentype werd hersteld. Zonder dat werk was verdejo waarschijnlijk vervangen door sauvignon blanc.
Hoe smaakt verdejo?
Bleekgeel met een lichte groene gloed. In de neus venkel, groene kruiden, grapefruit en witte peper. De smaak is friszuur, met een licht bittertje in de afdronk (kenmerkend, geen fout) en soms een amandeltoets. Vergelijkbaar met sauvignon blanc, maar met een eigen kruidig-bittere signatuur.
Wat schenkt u erbij?
Kruidige verdejo snijdt door zoute jamón ibérico en past bij tortilla; de bittertoets spiegelt bittere blaadjes en gegrilde asperges. En bij witvis met citroen is Rueda-verdejo het Spaanse antwoord op Sancerre.
Waarom heeft verdejo een lichte bitterheid?
Dat is de handtekening van de druif, veroorzaakt door polyfenolen in de schil: eerder de nasmaak van een amandel dan van grapefruit. Een kwaliteitsteken, geen fout.