Cabernet sauvignon is de meest aangeplante blauwe druif ter wereld, maar zijn thuisbasis blijft het grind van de Bordeaux-linkeroever. Op die grindbodems ontstaan krachtige, gestructureerde wijnen die tientallen jaren kunnen rijpen. Onze linkeroever-selectie telt vier adressen: Ségur de Cabanac in Saint-Estèphe, Picque Caillou als groene enclave in de stad, Campillot, het Médoc-privéproject van de wijnmaker van Branaire-Ducru, en het geklasseerde huis Cos Labory (Saint-Estèphe).
Hoe smaakt cabernet sauvignon?
Tonen van cassis, zwarte bes, ceder en grafiet rusten op frisse zuren en tannines die stevig zijn, maar wel rijp. Jong is cabernet gesloten en strak; met vijf tot vijftien jaar rijping ontvouwen zich tabak, leer en sigarenkist. De grindbodems van de Médoc geven een koele, minerale kern onder het donkere fruit.
Wat schenkt u erbij?
Biefstuk en entrecote: tannine en gebakken rood vlees zijn voor elkaar gemaakt. Een lamsrack met kruidenkorst versterkt de cassis-tonen, en zelfs de rooksmaak van de barbecue kan een jonge Médoc prima hebben.
Waarom moet cabernet sauvignon vaak nog rijpen?
De dikke schil geeft veel tannine mee: jong voelt dat streng, met de jaren polijst het en komen tabak en ceder naar boven. Vuistregel voor cru-niveau: minstens vijf jaar geduld.