Grüner veltliner is Oostenrijk in een glas: droog, wit-peperig, met een kern van groene appel en citrus. Ruim een derde van de Oostenrijkse wijngaarden is met deze druif beplant, en hij voelt zich thuis op heel verschillende grond: lössbodems in het Weinviertel, maar evengoed terrassen van oergesteente in de Wachau. Op de plank vindt u hem van Lagler in Spitz an der Donau, van slanke Federspiel tot rijpe Smaragd.
Hoe smaakt grüner veltliner?
Een droge, minerale wijn waarin u meteen die typische witte peper herkent. In de neus groene appel, citroenschil en verse kruiden; de smaak is middelvol, met levendige zuren en een licht kruidige finale. Jonge grüner is fris en direct; Smaragd-kwaliteiten uit de Wachau winnen aan textuur en houden zich tien jaar of langer.
Wat schenkt u erbij?
De klassieker is Wiener schnitzel: knapperig kalfsvlees vraagt om de citrusfrisheid van een Federspiel. De witte peper in de druif pakt ook kokos en gember verrassend goed op, dus een groentecurry mag; en waar veel wijnen struikelen over asperges, spiegelt grüner de bittertjes moeiteloos.
Waar smaakt grüner veltliner naar?
Groene appel, citroen, witte peper en verse kruiden: vergelijkbaar met sauvignon blanc, maar met meer body en die herkenbare peperige toets.